Rechtsvermoeden bij €38: stap vooruit, maar geen oplossing voor creatieve zzp’ers
Lees meer nieuws
Werk jij als zzp’er voor €38 per uur of minder (excl. btw)? Dan verandert er mogelijk iets voor je. De Tweede Kamer stemt binnenkort in met een wet die het makkelijker maakt om bij tarieven van 38 euro per uur of lager te stellen dat je eigenlijk in loondienst werkt. Dat versterkt je onderhandelingspositie met een opdrachtgever. Maar het debat in de Tweede Kamer laat ook iets anders zien: deze wet gaat een deel van het probleem oplossen, maar voor een gezonde culturele en creatieve sector voor zzp’ers is er meer nodig.
Wat ligt er op tafel?
Het wetsvoorstel waar de Tweede Kamer binnenkort mee instemt introduceert een rechtsvermoeden van werknemerschap bij een uurtarief van €38 (excl. btw) of lager. Wie onder die grens werkt, kan straks eenvoudiger naar de rechter stappen om te laten toetsen of er feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst en dus sprake is van schijnzelfstandigheid. Dat is geen automatisme. Als zzp’er dien je daarvoor zelf naar de rechter te stappen.
Juist voor zzp’ers met een zwakke onderhandelingspositie is deze wet relevant. Het vergroot de druk op opdrachtgevers om niet structureel onder dat uurtarief te contracteren.
Kamer erkent probleem van afgewentelde risico’s
In aanloop naar het debat vroeg De Creatieve Coalitie aandacht voor de positie van zzp’ers in de culturele en creatieve sector. Die boodschap kwam bij verschillende Kamerleden goed aan. Zo vroeg D66-Kamerlid Neijenhuis aan minister Thierry Aartsen (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) hoe hij wil voorkomen dat opdrachtgevers financiële risico’s, zoals naheffingen en boetes bij schijnzelfstandigheid, via contracten doorschuiven naar de zzp’er.
De minister was daar helder over: het afwentelen van zulke risico’s op werkenden is onwenselijk en in veel gevallen ook niet toegestaan. Daarmee gaf hij een belangrijk signaal af aan opdrachtgevers die dat nu wél doen in de culturele en creatieve sector. Dat is winst.
Lage tarieven drukken door in de hele praktijk van het werk
In de culturele en creatieve sector zit het probleem vaak een laag dieper. Veel zzp’ers kunnen lang niet alle gewerkte uren factureren. Voorbereiding, repetities, reistijd en acquisitie blijven regelmatig onbetaald. Tegelijk worden opdrachten verplaatst of geannuleerd, zonder dat daar een redelijke vergoeding tegenover staat.
Formeel hoort dat laatste bij ondernemerschap, maar in de praktijk zijn tarieven vaak te laag om deze risico’s te dragen. In combinatie met een groot aandeel niet-declarabele uren ontstaat zo een structureel kwetsbare inkomenspositie.
Juist daar wringt het met een generieke ondergrens. Die biedt houvast, maar sluit niet vanzelf aan op hoe werk in deze sector daadwerkelijk tot stand komt.
Een stap vooruit, maar vooral achteraf effectief
Het rechtsvermoeden versterkt de positie van werkenden met lage tarieven, maar doet dat vooral op het moment dat er al een conflict is ontstaan.
Het biedt een route om een arbeidsrelatie juridisch te laten toetsen. Het voorkomt niet dat vooraf contractvoorwaarden scheef zijn. En het garandeert ook niet dat tarieven in de praktijk omhooggaan.
Daarmee is het een relevant instrument, maar geen oplossing voor de structurele dynamiek van lage tarieven en verschoven risico’s in de sector.
Tijd om je tarief opnieuw te wegen
Werk jij als zzp’er structureel rond of onder de €38 per uur, kijk dan kritisch naar je tarief. Met deze wet wordt dat bedrag juridisch relevant. De €38 is bedoeld als ondergrens voor bescherming, niet als norm voor je uurtarief. Blijf daarom zelf bepalen wat jouw werk waard is.
Tip: Download het uurtarievenboekje van Knab om jouw tarief te vergelijken met gemiddelde uurtarieven en declarabele uren van zelfstandigen in Nederland. O.a. beeldend kunstenaar, AV technicus, adviseur cultuur, design-rollen en fotografen staan beschreven in de gids.
Voor opdrachtgevers en beleidsmakers ligt hier een bredere opgave. Voorafgaand aan het debat stuurden De Creatieve Coalitie en de Kunstenbond een gezamenlijke brief aan de Tweede Kamer, met aandachtspunten en een oproep tot aanvullende maatregelen die beter aansluiten op de praktijk van werk in de culturele en creatieve sector.